Turkije aan de Leie

Op reis las ik een boek over de geschiedenis van Portugal, maar er zat ook een boek over een stukje Gentse geschiedenis in mijn valies. In Turkije aan de Leie, wordt het verhaal van de Turkse gemeenschap in Gent verteld. Van de allereerste Turken die hier in de jaren zestig neerstreken om te komen werken in de textielsector, tot de gemeenschap van 20.000 Gentenaren met Turkse roots vandaag. Turkije aan de Leie

De eerste Turken werden door de bevolking redelijk gastvrij onthaald. De overheid deed weinig tot niets om deze mensen te helpen met huisvesting of scholing. Men ging er van uit dat ze na enige jaren terug zouden gaan naar Turkije (dat dachten de Turken zelf ook).

Maar ze bleven en er kwamen steeds meer streekgenoten uit Emirdag (maar ook uit Istanboel) naar België. Eerst op aanraden van vrienden, later via gezinshereniging en huwelijksmigratie.

Toen de crisis halverwege de jaren 70’ in België toesloeg, begon de houding van de Belgen ten aanzien van migranten te veranderen. Pas in de jaren ‘80 zag de overheid in dat de migranten hier waren om te blijven en dat deze nieuwe Belgen wat ondersteuning konden gebruiken. Dat frappeerde mij wel, dat onze overheid zò laat in actie is geschoten.

De Turkse migratie naar Gent is blijkbaar een vrij specifiek geval:

In andere Belgische steden deed de migratiestop de diversiteit toenemen, maar Gent werd juist homogener. Tot vandaag vormt Gent daardoor een unicum in België: nergens anders is één nationaliteit zo oververtegenwoordigd als in Gent en nergens anders is één regio zo duidelijk aanwezig. Gent geldt daardoor internationaal als typevoorbeeld van een stad met “getransplanteerde gemeenschappen.”

Tina De Gendt doorspekt de geschiedenis van de Turkse Gentenaren met anekdotes. Dat maakt het verhaal levendig en makkelijk leesbaar. Helaas overdrijft ze daarmee, waardoor sommige hoofdstukken aaneen hangen van banale vertellinkjes.

Een beetje meer afstand en een zakelijker toon zou de tekst mijns inziens deugd gedaan hebben. Maar toch ben ik blij dat ik het boek heb gelezen, al was het maar omdat ik iets heb bijgeleerd over mijn stadsgenoten met Turkse roots.

Portugal, de bloem en de sikkel – J. Rentes de Carvalho

Portugal is de laatste jaren uitgegroeid tot het favoriete vakantieland hier ten huize. De wilde rotskusten in het Zuid-Westen, de Douro in het Noorden, de levada’s in Madeira, Lissabon, Coimbra, Guimaraes,… Elk jaar vinden we een andere reden om terug te gaan. Ter plekke iets lezen over de cultuur en de geschiedenis van het land maakt de reis alleen interessanter, vind ik. En ziedaar, de bib bediende mij op mijn wenken door Portugal, de bloem en de sikkel in hun etalage te zetten!

Rentes de Carvalho vertelt hierin de geschiedenis van Portugal, met een focus op de periode 1910-1975. Zijn voornaamste punt is dat de zo bejubelde Anjerrevolutie in 1974 – waarbij de fascistische dictatuur ten val is gekomen – in de feiten weinig heeft veranderd. coverrentesdef

De elites van nu zijn dezelfde als die van vroeger; er zijn een paar mensen bij gekomen, degenen die handig genoeg waren om te juister tijd op te klimmen en een post te bezetten; er zijn er een paar tijdelijk afgevallen, degenen die, in het buitenland, onbekommerd wachten op betere dagen die zeer zeker zullen komen. Net zoals in de oude Republiek van 1910 met haar vijfhonderd ministers, komt het er ook nu op aan minister te zijn, zich te verzekeren van de revenuen van morgen.

De auteur maakt op meedogenloze wijze komaf met de gekuiste versie van de vaderlandse geschiedenis die hij op de schoolbanken voorgeschoteld kreeg. Hij zet kanttekeningen bij het “Grote Portugese rijk” dat Portugal is geweest (“op zee een anarchie van roverij, te land een aaneenschakeling van bloedige plunderingen”). En hij plaatst het “bondgenootschap” met de Engelsen in perspectief:

Deze bondgenoten van ons, de oudste van alle die we gehad hebben, hadden al gauw door hoe profijt te trekken van die vriendschap, en men kan zeggen dat Portugal, vanaf de veertiende eeuw tot vrij kort geleden, afhankelijk is geweest van Groot-Brittanië, waaraan het alle voordelen van een kolonie heeft geboden en geen enkele van de bijbehorende strubbelingen.

De Carvalho toont aan dat zowel de koningen als de latere fascistische dictators het land in een diepe crisis brachten en de bevolking maar twee keuzes lieten: honger lijden of emigreren. Hij maakt ook pijnlijk duidelijk dat de katholieke kerk steeds een trouwe bondgenoot was van de heersende elite en zo die jarenlange crisis mee mogelijk maakte.

De toon van de Carvalho is vlijmscherp en cynisch, maar naar mijn aanvoelen rechtvaardig. Ik vond het heerlijk om te lezen. Het enige wat mij speet, is dat de geschiedschrijving stopt in 1975 (het boek dateert uit dat jaar). In het nawoord trekt Arie Pos de geschiedenis wel door tot vandaag. Maar helaas heeft hij weinig goed nieuws:

Ook de laatste jaren verlaten weer vele tienduizenden Portugezen het land waar ze geboren zijn en dat hun geen menswaardig bestaan kan bieden. (…) Steeds opnieuw zijn het de bestuurlijke elites met hun clansolidariteit die het land door hun spilzucht ten gunste van politieke vriendjes en hun onverantwoordelijk bestuur op de rand van het bankroet brengen.

Een aanrader voor de liefhebbers van geschiedenis en/of Portugal. Het boek verscheen pas in 2014 voor het eerst in een Portugese vertaling. Dat toont aan dat de inhoud lange tijd moeilijk te verteren was voor een aantal mensen, maar ook dat het boek actueel is en vandaag nog steeds de moeite waard om te lezen.

Blijven ademhalen – Hedi de Vree

Ondertussen heb ik al anderhalf jaar de yogamicrobe te pakken. Toen ik dit boekje over yoga zag liggen in de bib, was ik in eerste instantie niet geneigd om het mee te nemen. De ondertitel – “Wat yoga mij over liefde, verdriet en het leven leerde” – deed me vrezen voor een zweverig relaas over herwonnen levensvreugd. Maar mijn nieuwsgierigheid won het uiteindelijk van mijn achterdocht. Wie weet vielen er dingen te rapen die ik zelf nog niet had ontdekt.blijven ademhalen

Elk hoofdstuk in het boek is als het ware een les die de auteur heeft geleerd. Zo vertelt ze hoe ze minder angstig is geworden door de oefeningen op haar mat. Dat op je ademhaling letten er niet alleen voor zorgt dat je een lastige yogapose kan aanhouden, maar je ook door lastige momenten in het dagelijkse leven kan loodsen. Dat jezelf observeren – op een niet veroordelende manier – een beter mens van je kan maken. Die boodschap verweeft ze met haar eigen verhaal. En daar wringt het schoentje voor mij.

Ze vertelt open en oprecht over wat haar overkomt (mama overleden, hobbelig huwelijksparcours, …), maar ze doet dat behoorlijk langdradig. Daardoor ging de boodschap helemaal verloren. Bij het derde hoofdstuk heb ik het voor bekeken gehouden. Als ik u een advies mag geven: spring liever zelf op uw mat om te ontdekken waarvoor yoga goed is, in plaats van dit boekje te lezen.

Dat je maar twee vierkante meter en één plastieken mat nodig hebt om jezelf flexibeler en krachtiger te maken, vind ik alvast fantastisch. Er zijn genoeg verschillende oefeningen om je spieren, je evenwicht en je ruggengraat te blijven uitdagen. En als je zelf niet veel inspiratie hebt, zijn er filmpjes op Youtube om te helpen. Mijn favoriete gids is Adriene, van YogaWithAdriene: een Texaanse die yoga beoefent met veel humor en zelfrelativering. Give it a try, zou ik zeggen.

 

Pauze

Bitter weinig heb ik gelezen, de voorbije maanden. BoostZo weinig dat ik het terug gewoon moet worden om mij met een boek in de zetel te zetten, nu het vakantie is. Hoe het komt, dat ik minder lees? Tja, door een boek eigenlijk. Een tijd geleden las ik Boost, van Goedele Leyssen. Zij schrijft zo enthousiast over yoga, dat ik er ook aan begonnen ben. Ondertussen voel ik mij al ongemakkelijk als ik een paar dagen mijn yogamat niet heb gezien. En het eerste slachtoffer daarvan is mijn leestijd…

In april las ik wel De mooie voedselmachine, waarin Giulia Enders ons verteringsstelsel van naaldje tot draadje uit de doeken doet. Geen boek om op mijn blog te bespreken, vond ik zo. Maar ik kan het wel ten zeerste aanbevelen: het boek is speels en leerrijk, een ontdekkingsreis door uw darm, als het ware.

Op een verloren zondag las ik ook nog Verbroken beloftes van Jenny Offill. Het is een boek over het moederschap, over het huwelijk en over het met moeite bij elkaar houden van dat huwelijk. De Standaard Letteren had het aangekondigd als “een experiment van verpletterende schoonheid”.

verbroken beloftes offillZelf vond ik het niet slecht, maar verpletterend zou ik het niet durven noemen. Ik denk dat het vooral de opsommerige stijl was, die me stoorde. Een verzameling van gebeurtenissen, gedachten en citaten, telkens gescheiden door een witregel. In het interview in de standaard vertelt de auteur dat het boek met opzet fragmentarisch is geschreven, omdat het leven van een moeder dat ook is. Maar als ik mij als moeder ’s avonds in de zetel zet met een boek – kindjes in bed – dan lees ik toch liever een vlotte tekst.

Herkenbaar en ontroerend, dat wel, maar geen boek waar je je kan in ingraven. Voor mij een beetje een teleurstelling dus…

Het brilletje van Tsjechov – Michel Krielaars

Rusland is een land dat mij tot nog toe weinig aantrok. Ik vind de Russische taal zeer onvriendelijk klinken, wodka lust ik niet en voor het mooie weer hoef je ook al niet naar Moskou. Maar ergens wil ik ze wel wat beter begrijpen, die Russen, vandaar mijn keuze voor dit boek. Lezen om te leren. En ook een beetje om te reizen.

brilletje van tsjechov

Michel Krielaars trekt door Rusland in het spoor van de schrijver Anton Pavlovitsj Tsjechov (1860-1904). Hij reist naar zijn geboorteplaats Taganrog, bezoekt zijn verblijfplaatsen in Moskou en Sint-Petersburg, en gaat helemaal naar het Oosten (nabij Sachalin), waar Tsjechov in 1890 een strafkolonie bezocht.

Zo heb ik veel bijgeleerd over het leven van Tsjechov en over de Russische literatuur (daarover meer in een volgende post), maar ook over de Russische maatschappij en over de politiek van toen en nu.

“De maatschappelijke cultuur is er zwart-wit. De top van de staat bestaat uit mensen met een persoonlijke macht die elkaar kennen, elkaar iets verschuldigd zijn of elkaar kunnen chanteren. De  burgers zijn van die top afhankelijk voor hun baan, huisvesting en scholing. Op geen enkele manier kunnen ze de besluitvorming van de elite beïnvloeden. Als gevolg hiervan laten ze zich leiden door hun instinct en niet door ratio. Dat instinct maakt hen onzeker en onvoorspelbaar, als een poes in een kamer met tien jonge teckels.”

De kwaliteit van de gezondheidszorg in Rusland is vergelijkbaar met die van ons… maar dan die van 50 jaar geleden. Wil je zeker zijn dat uw chirurg zijn best doet wanneer u geopereerd wordt, dan geeft u hem best iets „onder tafel”. De politie is corrupt en houdt zich bezig met het afpersen en valselijk beschuldigen van onschuldige burgers. Klokkenluiders riskeren zelf aangeklaagd te worden en voor onbepaalde duur in de cel te vliegen.

Dat Stalin miljoenen onschuldige burgers heeft vermoord of in kampen heeft laten wegkwijnen, was mij bekend. Dat veel Russen dat vandaag niet (willen) weten of amper te horen krijgen op school, wist ik niet. Zelfs de in het Westen zo gelauwerde Gorbatsjov heeft geen komaf gemaakt met die strafkampen voor “dissidenten”.

Krielaars komt tot de vaststelling dat er sinds de tijd van Tsjechov eigenlijk weinig is veranderd in de Russische maatschappij.

“De leider verdient in Rusland altijd alle denkbare lof, of het nu de tsaar van het Heilige Rusland, de secretaris-generaal van de Communistische partij of de president van de Russische Federatie is.”

Op basis van bovenstaande zou je kunnen denken dat Krielaars de Russen eenzijdig negatief neerzet, maar dat is niet het geval. Hij schrijft met veel sympathie over de gewone Rus en legt de (Westerse) lezer uit waarom de Russen een sterke hand verkiezen boven meer democratie (“liever een dictatuur dan chaos”).

Krielaars’ brilletje van Tsjechov was wat mij betreft een excellente kennismaking met Rusland en met Tsjechov. Nu is het tijd om aan het werk van de grote schrijver zelf te beginnen.