De renner – Tim Krabbé

1001004011218440“De renner” is het verslag van een wielerwedstrijd: de Ronde van de Mont Aigoual. Het is geen verslag zoals je in de krant leest, geschreven door een journalist die de wedstrijd van aan de zijlijn heeft gezien. Tim Krabbé rijdt zelf mee en laat ons in zijn hoofd kijken.

Dat levert een heel interessant perspectief op. Je weet niet alleen wie wanneer demarreert, maar je voelt ook de angst in de afdaling, de pijn wanneer de achtervolging ingezet wordt, de regen die doorweekt. Je kan het psychologisch spel dat zo’n koers is, van op de eerste rij volgen. De dromen als ze meestrijden voor de winst en de wanhoop als het de verkeerde kant uitgaat.

Je bewustzijn is klein op een fiets. Hoe zwaarder de inspanning, hoe kleiner. Iedere beginnende gedachte is meteen helemaal waar, iedere onverwachte gebeurtenis is iets wat je altijd al geweten had maar even vergeten was. Een doorhamerende zin uit een liedje, een steeds opnieuw begonnen deelsom, een uitvergrote boosheid op iemand is voldoende om je gedachten te vullen.

Het relaas is doorspekt met anekdotes uit vroegere wedstrijden van Krabbé en straffe verhalen uit de wielergeschiedenis. Krabbé kijkt met heimwee terug naar de tijd waarin wielrennen een heroïsche strijd was, op gammele fietsen en over slechte wegen:

Ach, had ik toen renner mogen zijn. Want al het lijden verandert na de eindstreep in een herinnering aan genot, en hoe groter het lijden is geweest, hoe meer genot. Dat is de wederdienst van de natuur aan de renners voor de hommage die ze haar brengen door te lijden. Fluwelen kussens, safariparken, zonnebrillen, de mensen zijn wollen muizen geworden. Ze hebben nog steeds de lichamen waarmee ze vijf dagen en vier nachten door een sneeuwwoestijn  kunnen lopen, zonder voedsel, maar ze laten zich schouderklopjes geven als ze een fietstochtje van een uur gemaakt hebben. “Goed van jou.” In plaats van zich erkentelijk te tonen voor de regen door nat te worden lopen de mensen met paraplu’s. De natuur is een oude dame met weinig aanbidders meer, wie nog van haar charmes gebruik wil maken, die beloont zij hartstochtelijk.

Daarom zijn er renners.

Lijden heb je nodig. Literatuur is een uitwas.

Krabbé mag dan een subtopper gebleven zijn als wielrenner, als schrijver fietst hij moeiteloos met de kopgroep mee. Misschien moet je een voorliefde hebben voor het wielrennen om dit boekje helemaal te smaken, maar toch denk ik dat iedereen die van sport én literatuur houdt, hiervan kan genieten.

Karakter – Bordewijk

Karakter speelt zich af in het interbellum. Jacob Katadreuffe is de zoon van Joba Katadreuffe, een dienstbode, en A.B. Dreverhaven, een gevreesd deurwaarder. Joba neemt het zichzelf kwalijk dat ze zich heeft laten verleiden door Dreverhaven en weigert met hem te trouwen.

karakter_bordewijk

Het boek begint aldus:

In het zwartst van de tijd, omtrent Kerstmis, werd op de Rotterdamse kraamzaal het kind Jacob Willem Katadreuffe met de sectio caesarea ter wereld geholpen. Zijn moeder was de achttienjarige dienstbode Jacoba Katadreuffe, zij werd bij verkorting Joba genoemd. Zijn vader was de deurwaarder A.B. Dreverhaven, een man van achter in de dertig, toen reeds bekend als het zwaard zonder genade voor iedere schuldenaar die hem in handen viel.

 

Het meisje Joba Katadreuffe had bij de ongehuwde Dreverhaven een korte tijd gediend, toen was hij bezweken voor haar onschuldig schoon, en zij voor zijn kracht. Hij was niet een man om te bezwijken, hij was een kerel van graniet, met een hart slechts in letterlijke zin. Hij bezweek alleen die ene keer, hij capituleerde meer met betrekking tot zichzelf dan  tot haar.

Van bij het begin is het duidelijk dat zowel Joba Katadreuffe als Dreverhaven sterke karakters zijn. De zoon komt daarbij vergeleken een beetje als een zwakkeling over. Hij groeit op bij zijn moeder, in relatieve armoede. Zonder diploma of ervaring neemt hij een zaak over, die snel op de fles gaat. Wanneer hij naar het advocatenkantoor gaat waar zijn faillissement geregeld zal worden, krijgt hij een soort visioen: daar wil hij werken.

Hij slaagt er in een baantje te versieren in het advocatenkantoor van Stroomkoning en werkt zich langzaam op. Maar van zodra hij centen verdient, komt zijn vader de oude schuld opeisen, waardoor zijn studies vertraging oplopen. Wanneer hij schuldenvrij is, sluit hij een nieuwe lening af bij Dreverhaven om zijn studies voor advocaat te financieren. Maar die eist de lening vervroegd terug en opnieuw komt Jacob in de problemen. Met de grootste moeite knoopt hij de de eindjes aan elkaar, maar hij zet door.

Dreverhaven behandelt zijn zoon op wrede wijze, zonder een greintje mededogen.  Aan Joba legt Dreverhaven uit waarom hij zo handelt:

“Bij God”, zei hij en zijn toon was op irreële wijze plechtig, “ik zal hem wurgen, ik wurg hem voor negen tienden, en dat éne tiende dat ik hem laat, dat kleine beetje asem zal hem groot maken, hij zal groot worden, hij zal, bij God, groot worden!”

Uiteindelijk slaagt Jacob er in om advocaat te worden en wint hij het pleit van zijn vader. Hij brengt daarbij wel offers, bijvoorbeeld door de de liefde van zijn collega – Lorna Te George – onbeantwoord te laten.

Wat vond ik nu van Karakter? Enerzijds ben ik blij dat ik het gelezen heb, het is een klassieker, ik voel het zo’n beetje als mijn plicht om die te lezen. Maar het is geen boek om je gezellig mee in de zetel te nestelen. De schrijfstijl van Bordewijk is zakelijk, afstandelijk en ook inhoudelijk is het verhaal donker. Het vergt wat karakter om het boek uit te lezen en nog meer om er een verslag van te maken. I assure you.

Pride and prejudice – Jane Austen

Een jaar of zes geleden zag ik de film met Keira Knightly. En enkele weken terug – toen de regen met bakken uit de hemel viel – bekeek ik in één week tijd de zesdelige BBC-reeks met Colin Firth. Maar het boek had ik dus nog nooit gelezen. Ik heb zo genoten van die televisiereeks dat ik er meteen ben aan begonnen. pride-and-prejudice-1946

Voor zij die minder Pride and Prejudice ervaring hebben, toch even de grote lijnen van het verhaal.  Dat speelt zich af eind achttiende, begin negentiende eeuw. Elizabeth Bennet heeft van bij de eerste ontmoeting met Mr. Darcy een negatieve indruk van de man en blijft aan dat vooroordeel vasthangen. Darcy zelf is trots en kijkt neer op mensen die beneden zijn stand zijn, waaronder de familie Bennet. Maar ondanks zijn trots, valt Darcy voor Elizabeth, die hem vervolgens op pijnlijke wijze afwijst. Darcy verandert echter zijn „manners”, Elizabeth stelt haar oordeel bij en uiteindelijk vinden ze elkaar.

Had het nu wel een meerwaarde om na de film én de serie nog het boek te lezen ook? Ja, ik vind van wel. Hoewel de televisieserie heel trouw is aan het boek, gaf dat laatste toch een fijner inzicht in de zeden en de gewoonten van die tijd. Ook de veranderingen die de personages doorheen het verhaal ondergaan, zijn beter te begrijpen als je in hun hoofd kan kijken, en dat is nu net wat de verteller in het boek toelaat.

Als je oppervlakkig kijkt en met hedendaagse ogen, dan kan je denken dat de vrouwen uit Austen’s verhaal weinig geëmancipeerd zijn. Het enige waar ze mee bezig zijn, is een geschikte – lees: rijke – man aan de haak slaan. Maar dat was natuurlijk de realiteit in een maatschappij waarin vrouwen noch economische, noch sociale macht hadden. Eigenlijk is het tegendeel waar, toch minstens voor het hoofdpersonage Elizabeth. Zij wordt geportretteerd als is een sterke, intelligente vrouw met gevoel voor humor. Een feministe avant-la-lettre.

Voor de aardigheid zocht ik nog eens op hoe dat nu zit met het erfrecht in Engeland, want in de tijd van Jane Austen konden vrouwen blijkbaar niet erven. Tot mijn verbazing las ik dat het bij de Engelse adel vandaag nog steeds de oudste zoon is, die alles erft. Dochters en jongere zonen blijven met lege handen achter. Je zal maar nummer twee zijn.

Maar terug naar het boek. Mijn eindoordeel daar over: ik werd er helemaal blij en ontspannen van. Het is het meest romantische verhaal dat ik ooit las. Spannend vond ik het ook, hoewel het einde geen geheimen meer had voor mij. In het begin moest ik een beetje wennen aan de licht archaïsche taal van Austen, maar dat had ik er graag voor over. Eén van de fijnste leeservaringen van dit jaar!

Verzamelde werken (5) – Anton Tsjechov

Tsjechov - verzameld werkEerlijk gezegd, ik dacht dat het niet meer goed zou komen tussen mij en de Russen. Tweeëntwintig was ik, toen ik mij voor het eerst waagde aan de Russische literatuur met De eeuwige echtgenoot van Fjodor Dostojewski. Ik vond er niets aan. Waarschijnlijk was ik te jong om dit boek te appreciëren, of wist ik te weinig over echtgenoten, laat staan over de eeuwigheid. Twee jaar geleden las ik Anna Karenina van Leo Tolstoj. Vier maanden heb ik er over gedaan. Ik was vastbesloten om het uit te lezen. Maar wat een geleuter over de jacht en over „het geloof” heb ik daarvoor moeten doorstaan…

Maar nu, na het lezen van Michel Krielaars „brilletje van Tsjechov”, heb ik Anton Tsjechov gelezen. Een verademing! Geen vuistdikke roman, maar een bundel korte verhalen. Mini-romannetjes als het ware. Geen gemoraliseer zoals bij Tolstoj. En humor zelfs! Verrassend actueel ook, die verhalen van meer dan honderd jaar oud. Drie jaren, De dame met het hondje, In het ravijn en Over de liefde, waren mijn favorieten.

Ik vermoed dat het heeft geholpen dat ik Tsjechov een beetje kon plaatsen in de tijdsgeest door eerst het boek van Krielaars te lezen. Maar zelfs zonder die intro zou ik er van gehouden hebben; daar ben ik wel zeker van.

De Toverberg – Thomas Mann

Elk jaar probeer ik minstens één “klassieker” gelezen te krijgen. Met klassieker bedoel ik: een meesterwerk uit het verleden. Een boek dat minstens 20 jaar oud is, maar nog altijd staat als een huis. Een boek dat als inspiratiebron diende voor andere schrijvers, of waar vaak naar wordt verwezen. Een mijlpaal in de literaire geschiedenis kortom.

Voor dit jaar stond “De Toverberg” op het programma (uitgegeven in 1924). Na 150 pagina’s gelezen te hebben, heb ik er even het bijltje bij neergelegd. Het was me te hoogdravend, te lastig lezen. Ik heb mezelf toegesproken: “je bent helemaal niet verplicht om dat boek te lezen; lezen moet in de eerste plaats ontspannend zijn”. Vreemd genoeg gaf me dat een relaxed gevoel en de zin om voort te lezen.

de toverberg

Het verhaal is vrij banaal, en kort samen te vatten: Hans Castorp gaat zijn neef bezoeken in sanatorium Berghof. In plaats van na drie weken terug te keren naar het laagland, blijft hij 7 jaar in de bergen van Davos.

Het sanatorium is bevolkt door mensen die het aan hun luchtwegen hebben. De doden sturen ze in een lijkzak op skilatten naar beneden. Maar minstens zoveel als er zieken zijn, zijn er in het sanatorium “mensen die helemaal niet ziek waren en die hier volkomen vrijwillig woonden, onder het officiële voorwendsel dat ze in lichte vorm aangetast waren, maar in werkelijkheid alleen voor hun plezier en omdat de manier van leven van de zieken hun wel aanstond.”

Snel na zijn aankomst beweren de dokters dat Castorp “anemisch” is. Nu ben ik geen expert, maar het lijkt mij dat dit ook door de hoogte verklaard kan worden. Na drie weken in de bergen heeft hij iets wat op een verkoudheid lijkt en krijgt hij het doktersadvies om boven te blijven. Castorp gaat daar gewillig op in, waarschijnlijk vooral omdat hij ondertussen verliefd is geworden op Klavdia Chauchat, “die haar leven gescheiden van haar man en zonder trouwring in allerlei hersteloorden doorbracht, die zich verre van onberispelijk gedroeg, de deur achter zicht dicht liet vallen, broodballetjes draaide en ongetwijfeld op haar nagels beet”.

Maar het is niet alleen Chauchat die Castorp boven houdt. Hij voelt snel dat hij erg geschikt is voor het trage leven in “de Berghof”, waar een andere atmosfeer en andere regels gelden dan in “het Laagland”.  Pas na een slordige zeven jaar (met WOI voor de deur), komt de ommekeer:

Hans Castorp keek om zich heen… Hij zag niets dan mistroostige, boosaardige dingen en hij wist wat hij zag: het leven zonder tijd, het leven zonder zorgen of hoop, het leven als stagnerend bedrijvige liederlijkheid, het dode leven.

Het hele verhaal is slechts een aanleiding voor Mann om te filosoferen over het leven, over politiek, over de tijd,… Het personage Lodovico Settembrini, een Italiaanse literator die ook in het sanatorium verblijft, spendeert uren aan discussie met Hans Castorp. Sommige van die debatten zijn interessant, andere gedateerd en moeilijk te volgen. Het zijn vooral die filosofische excursies die van het boek een taaie turf om lezen maken.

Kunnen we de tijd vertellen, de tijd zelf, als zodanig, op zichzelf? Waarachtig nee, dat zou een dwaze onderneming zijn! Een vertelling die als volgt zou gaan: ‘De tijd verstreek, zij ging voorbij, de tijd stroomde’ enzovoort, dat zou niemand bij volle verstand een vertelling willen noemen. Het zou zoiets zijn als hersenloos een uur lang een en dezelfde toon of hetzelfde akkoord aanhouden – en dat als muziek verkopen.

Tijd is ook wat je moet hebben als je deze klassieker gelezen wil krijgen. Ik heb er twee maanden over gedaan. Zo lang ik met verlof was, heb ik graag en geduldig gelezen, maar van zodra mijn vrije tijd weer beperkter was, had ik nog maar weinig geduld met het boek. Al bij al ben ik blij dat ik deze historische kolos verorberd heb, maar nu heb ik toch vooral zin in een dun en recent exemplaar!