Over annickleest

houdt naast lezen van joggen, yoga, koken, cello spelen en gitaar tokkelen

Het meisje in de trein – Paula Hawkins

U vraagt zich af hoe ik erbij kom om dit boek te lezen. Meestal hou ik me immers ver van “bestsellers”. Wel, ik was een beetje wanhopig. Ik stond in de Standaardboekhandel en daags nadien gingen we op weekend. Er moest nog een valies gemaakt worden, veel tijd om te kiezen was er niet. Het boek dat ik wou, hadden ze niet. Zonder leesvoer vertrekken is nooit een optie, dus ging ik maar voor het gehypte “meisje in de trein”. hawkins-meisje-in-de-trein

Het verhaal gaat als volgt (no worries, ik ga de plot niet verklappen). Rachel neemt elke dag de trein naar Londen. Ze kijkt naar de huizen langs het spoor en in het bijzonder naar een huis in de buurt van een wissel, waar de trein altijd even stopt. Ze fantaseert over het leven van de bewoners en geeft hen zelfs een naam: Jason en Jess. Op een dag blijkt “Jess” verdwenen. Rachel denkt een nuttige getuigenis te kunnen leveren en stapt daarmee naar de politie.

Afwisselend vertellen Rachel, Megan (“Jess” in Rachels verbeelding) en Anna (de nieuwe echtgenote van Rachel’s ex-man) een deel van het verhaal. Als in een dagboek, geven ze tweemaal daags een update van hun activiteiten. Rachel is wat men met een “onbetrouwbare verteller” noemt: een verteller waarvan je niet alles van moet geloven, in dit geval omdat ze aan alcohol verslaafd is.

Aan bladzijde 80 heb ik gedacht het boek bij het oud papier te kieperen. Slaapverwekkend en deprimerend vond ik het. Maar aangezien ik geen ander leesvoer had en ook wel omdat ik het zonde vind om een gekocht boek niet uit te lezen, heb ik maar verder gelezen. De eerste 150 pagina’s kan ik kort voor u samenvatten: “Rachel heeft iets gezien de avond dat Jess/Megan verdween, maar ze weet niet meer wat, want ze was lazarus”. Vanaf pagina 150 begint er een beetje vaart in het verhaal te komen, maar beter dan middelmatig wordt deze thriller niet.

Een liefhebber van het genre ben ik niet. Misschien kleurt dat mijn oordeel. Fouten heb ik in deze detective niet kunnen vinden, dat is een pluspunt. Maar schoonheid heb ik er helaas ook niet in gevonden.

De levenden herstellen – Maylis de Kerangal

De achterflap van deze roman vertelt meteen het hele verhaal: Simon Limbres, een sportieve jongeman, gaat op een ijskoude winterdag om 6u ’s ochtends surfen. Minder dan 24u later is zijn hart ingebouwd in het lichaam van een 51-jarige vrouw met een hartkwaal. Ziedaar de naakte feiten. de levenden herstellen

Alle betrokkenen in het verhaal, komen één voor één aan bod: Simon zelf, zijn ouders, zijn zusje, artsen en verplegers, de vrouw die Simon’s hart ontvangt, haar kinderen, … Hartverscheurend is het (uiteraard), maar al die betrokken komen zonder melodrama aan het woord. Een stroom van woorden soms: heel lange zinnen, met veel wetenschappelijke termen, maar in een magnifieke taal, bijna poëtisch. Dat contrast tussen de bondigheid van de wetenschappelijke taal van de genezers en de beeldrijke taal van de roman vond ik heel schoon.

… hij gebruikt een taal die ze gemeen hebben, een taal die wijdlopigheid uitbant als tijdverlies, die welsprekendheid en de verleiding van woorden veroordeelt, die overmatig gebruikmaakt van werkwoordloze zinnen, codes en afkortingen, een taal waar spreken in de eerste plaats beschrijven betekent, oftewel een lichaam documenteren, de parameters van een situatie verzamelen, zodat er een diagnose kan worden gesteld, onderzoeken kunnen worden aangevraagd, zodat er wordt gepleegd en gered: de macht van de beknoptheid.

Onvermijdelijk komen ook de ethische issues aan bod. In een land waar elke burger potentiële ontvanger van een donororgaan is, lijkt het mij het niet meer dan logisch dat elke burger ook potentiële donor is. Maar hoe vreselijk moet het zijn om eerst geconfronteerd te worden met de dood van een geliefde en dan nog te moeten toestaan dat ze zijn of haar lichaam leegplunderen. Komt daar nog bij dat de familie niet te veel mag dralen met de beslissing, want dat komt de kwaliteit van de donororganen niet ten goede.

… voor Thomas Rémige was een duidelijke weigering beter dan een instemming die vol verwarring is bevochten, met veel moeite verkregen, en veertien dagen later betreurd door personen die worden geteisterd door wroeging, die niet meer kunnen slapen en wegzinken in verdriet; denken aan de levenden, zei hij vaak, dat moet eerst, kauwend op de punt van een lucifertje, denken aan degenen die blijven…

Zo komen we bij de betekenis van de titel van het boek: de doden begraven is één (aartsmoeilijk) ding, maar de levenden herstellen, dat is een ander paar mouwen.

Ik vond deze roman heel aangrijpend, en tegelijk van hoog literair niveau. Een aanrader wat mij betreft.

De onderwaterzwemmer – P.F. Thomése

Tweede wereldoorlog, het laatste jaar van de oorlog. Martin en zijn vader zwemmen ’s nachts een rivier over voor een verzetsopdracht. Het is de eerste keer dat “Tin”- een tiener nog – mee mag voor een opdracht. Besmeerd met vet tegen de kou, zwemmen ze naar de overkant. Aan de overkant blijkt Martin’s vader spoorloos. De jongen wacht en zoekt uren, en gaat tenslotte naar het dorp voor hulp. Uiteindelijk moet hij terug naar de overkant, zonder zijn vader. Daar moet hij het verdriet en de verwijten van zijn moeder trotseren. Het levert hem een levenslang schuldgevoel op.

Dertig jaar later is Martin met zijn echtgenote Vic op reis in Afrika. Doel van de reis is hun Foster parents-kind te bezoeken, de albino Salif (eigenlijk het Foster Parents kindje van de school waar Vic werkt). Het is dik tegen zijn zin dat Martin zijn vrouw is gevolgd naar Afrika. Hij heeft het gevoel dat ze hun dochter Nikki in de steek te laten. In Afrika laten ze zich zonder veel nadenken op sleeptouw nemen door een jonge betweterige Fransman, Jean-Claude, en zijn volgzame echtgenote. Martin voelt aan dat het misschien niet wijs is om dat te doen, maar ook nu protesteert hij niet. De onderwaterzwemmer

Hij beseft dat hij lijdt aan de denkfout van onzekere mensen, die ervan uitgaan dat anderen wél weten wat ze doen en daarom liever op anderen vertrouwen dan op zichzelf.

Daar, op hun tocht naar het binnenland van Afrika komt Martin zijn verleden weer tegen.

En nu, hier, in dit verzonnen land zonder plaatsnamen, verder weg dan ooit, is hij er weer – in heel zijn afwezigheid. Hij mist hem alsof het hier, op deze rivier, is gebeurd. Alsof hij zich maar hoeft onder te dompelen om hem te vinden. Hier, waar ze zelf nooit waren. Niet dat hij het begrijpt. Niet het overweldigende van het verlies, maar de futiliteit ervan. Je kijkt, je kijkt nog een keer, en er is niets. Nooit geweest ook. De nacht valt en als het ochtend wordt, heeft het nooit bestaan. Flikkering van zonlicht op water.

De twee koppels en hun Afrikaanse begeleiders zetten hun tocht naar het binnenland voort, naar het dorp van Salif. Daar neemt het verhaal opnieuw een noodlottige wending. De gebeurtenissen die zich afspelen, vond ik soms wat vergezocht, maar zoals Thomése schrijft over loslaten, over verlies en over wat het betekent voor de achterblijvers: prachtig vond ik dat.

Nog eens dertig jaar later, met een gebroken rug en bijna alleen op de wereld, blikt Martin terug op zijn leven.

Je hele leven ben je bezig om iets te verliezen wat je nooit hebt bezeten. Waarom zou je je daar dan op het laatst ineens druk over gaan liggen maken? Je had het immers toch al nooit. De nabijheid is alles wat je vergund geweest is. Je bent een tijdje nabij geweest, dat noem je liefde, of geluk, en daarna ben je weer alleen. Overigens, wie zegt dat die nabijheid niet juist in het sterven terug te vinden zal zijn? Amor fati. Dichter bij het verborgene kun je niet komen.

Het einde van het boek is niet donker, maar eerder hoopvol. Zelfs voor iemand die zo veel afscheid heeft moeten nemen, is er troost, lijkt de auteur ons te zeggen. Een topboek, deze Onderwaterzwemmer van Thomése.

Pauze

Bitter weinig heb ik gelezen, de voorbije maanden. BoostZo weinig dat ik het terug gewoon moet worden om mij met een boek in de zetel te zetten, nu het vakantie is. Hoe het komt, dat ik minder lees? Tja, door een boek eigenlijk. Een tijd geleden las ik Boost, van Goedele Leyssen. Zij schrijft zo enthousiast over yoga, dat ik er ook aan begonnen ben. Ondertussen voel ik mij al ongemakkelijk als ik een paar dagen mijn yogamat niet heb gezien. En het eerste slachtoffer daarvan is mijn leestijd…

In april las ik wel De mooie voedselmachine, waarin Giulia Enders ons verteringsstelsel van naaldje tot draadje uit de doeken doet. Geen boek om op mijn blog te bespreken, vond ik zo. Maar ik kan het wel ten zeerste aanbevelen: het boek is speels en leerrijk, een ontdekkingsreis door uw darm, als het ware.

Op een verloren zondag las ik ook nog Verbroken beloftes van Jenny Offill. Het is een boek over het moederschap, over het huwelijk en over het met moeite bij elkaar houden van dat huwelijk. De Standaard Letteren had het aangekondigd als “een experiment van verpletterende schoonheid”.

verbroken beloftes offillZelf vond ik het niet slecht, maar verpletterend zou ik het niet durven noemen. Ik denk dat het vooral de opsommerige stijl was, die me stoorde. Een verzameling van gebeurtenissen, gedachten en citaten, telkens gescheiden door een witregel. In het interview in de standaard vertelt de auteur dat het boek met opzet fragmentarisch is geschreven, omdat het leven van een moeder dat ook is. Maar als ik mij als moeder ’s avonds in de zetel zet met een boek – kindjes in bed – dan lees ik toch liever een vlotte tekst.

Herkenbaar en ontroerend, dat wel, maar geen boek waar je je kan in ingraven. Voor mij een beetje een teleurstelling dus…

De blauwe kamer – Georges Simenon

In 2014 was het vijfentwintig jaar geleden dat Georges Simenon overleed. Naar aanleiding daarvan bracht De Bezige Bij enkele van zijn beste romans terug uit. Eén daarvan is De blauwe kamer. Het liefst wou ik de Franstalige versie lezen, maar dat was makkelijker gezegd dan gedaan. In het landelijke bibliotheekje waar ik lid ben, was die niet te vinden. In de Fnac vond ik La chambre bleue niet. En in de Standaard boekhandel en Het Paard van Troje hebben ze geen Franstalige boeken (meer). Spijtig! Lezen Vlamingen tegenwoordig zo weinig in het Frans dat het de moeite niet loont om Franstalige lectuur aan te bieden?Georges Simenon_De blauwe kamer

Soit, ik las dan maar de Nederlandstalige versie. De openingsscène vindt plaats in de bewuste blauwe kamer. Tony Falcone is er samen met zijn minnares, Andrée. Achteloos beantwoordt hij haar vragen, zonder te beseffen dat de woorden die hij uitspreekt hem de rest van zijn leven zullen bijblijven.

“Echt waar, zou je je hele leven met mij samen kunnen zijn?”
“Zeker wel…”
“Weet je dat wel zo zeker? Zou je het niet een beetje eng vinden?”
“Eng waarom?”
“Stel je je voor hoe onze dagen eruit zouden zien?”
“We zouden wel wennen na verloop van tijd”, fluisterde hij zonder nadenken.
“Waaraan?”
“Aan ons tweeën.”

Zonder veel overgang zien we daarna Tony terug terwijl hij ondervraagd wordt door politie en gerecht. Tony wordt beschuldigd van een zwaar misdrijf, maar hetwelk is niet meteen duidelijk. Pas naar het eind van het verhaal kom je te weten welk drama zich heeft afgespeeld. Dat vond ik wel een originele insteek voor een detective.

Van bij het begin is ook duidelijk dat Tony de misdaad waarvan hij beschuldigd wordt, niet heeft begaan. Maar of hij daarmee helemaal onschuldig is, is minder zeker. Heeft hij het onheil niet mee veroorzaakt door zich met Andrée in te laten?

Wat ik een beetje miste in dit verhaal, was de psychologie van de karakters. Alleen over Tony’s drijfveren komen we iets te weten, want het verhaal wordt vanuit zijn perspectief verteld. Toch heb ik het graag gelezen. Wanneer ik een misdaadverhaal lees, dan zijn er twee dingen belangrijk: dat de feiten kloppen en dat het spannend is. Op beide punten was deze roman van Simenon dik in orde.